
111
Het leek op een bruiloft waar het merendeel van de genodigden niet was komen opdagen. De stemming was landerig, maar ze waren zeer voorkomend tegen ons; we zetten het op een drinken. Sharon was erbij, Steven denk ik, Peter Beyer in elk geval en nog een stel. Ik wist toen al dat Peter Beyer in de clinch lag met de leiding. In Barrytown was hij nerveus, nog te dicht in de buurt van Richardson, die hem van zijn universiteit de tour in had gebracht. Na Barrytown werd hij losser en zichtbaar kotsmisselijk van de leiding, hij wilde er zelfs nauwelijks over praten. Hij was junior leader in Sharons groep, maar vanaf Egypte boycotte hij alle leidersvergaderingen. Ik had het idee dat iemand hem daar flink had gekwetst.
De gesprekken onderling waren vrij stuurloos, maar ik werd flink dronken. Door een waas zat ik naar de show te kijken: op het podium voerde een nachtclub-gezelschap een voor Egypte decadente show op, snelle Arabische disco, vrij bloot, maar de erogene zones bedekt, veel benen omhoog. Dit was een rijkeluisfeestje, het leek me voor Egypte een dure grap. Er werd energiek gedanst op het podium, het publiek bleef lauw. Sharon kreeg er snel genoeg van; toen de show afgelopen was gingen we weg. Later bleek dat we de drank wel zelf moesten betalen. Peter Beyer had alles betaald en vroeg het achteraf aan ons terug. Ik vond hem een sufferd, iedereen had makkelijk zonder betalen weg kunnen komen, maar ik wilde er geen ruzie om maken. Er was iets helemaal mis met die bruiloft, maar de show had me getroffen. Het leek onwerkelijk, voor een vrijwel lege zaal, het leek me ook helemaal niet stichtelijk voor de bruid.
Sharon en ik liepen naar de piramiden, langzaam zakte de waas weg. Ze nam foto's, een man wees en maakte gebaren. Sharon knikte, ‘Hij begrijpt wat ik aan het doen ben’, zei ze ingenomen. De man had door dat ze zonder flits foto's maakte, dat ze de sluiter lang open liet staan. Ze maakte gebruik van bewegende lichtbundels van koplampen van auto's die over ongelijk terrein aan
112
het draaien waren. Er was een hoop volk in de buurt. Tegen de piramidewand zongen en dansten de buurtbewoners, de Ramadan was bijna voorbij. We liepen naar de juiste hoek. Ik bleef een tijdje zitten om het alcoholpeil te laten zakken, ik wou er niet aftollen. Opeens stond ik op en we begonnen te klimmen. Na een paar minuten hoorde ik Sharon achter me. Ze stond versteend, een Arabier drukte een geweer in haar borstvel. Hij maakte duidelijk dat we niet mochten klimmen en daarna dat we moesten betalen. Sharon trok een teleurgesteld gezicht, ze zag zich al weer terug gaan. Ik bleef staan, zei dat ze moest blijven staan. Ik zag een kans om hem naar beneden te trappen, als die loop van Sharon weg werd weggedraaid. Precies op dat moment komen in hoog tempo vier Australiërs naar boven. De man is afgeleid, weet niet wie hij het eerst in de kraag moet grijpen. De Australiërs waren bezopen en schreeuwden dat ze wel 5 dollar zouden betalen als ze weer terug kwamen. Op het moment dat hij een paar stappen van Sharon wegdeed riep ik ‘Nu, klimmen’. Ze was snel, in een oogwenk buiten het bereik van de Arabier, we klommen met gemak. Ze baalde van de Australiërs boven, maar ik zei dat we dankzij hen gratis boven waren en bovendien dat ze vast niet zouden blijven. Sharon wilde de hele nacht blijven. Ik praatte wat met de Australiërs, bot, niet onaardig, werkten in de Golf, af en toe naar Cairo om de bloemetjes buiten te zetten. Voor hen was het branie om de piramide te beklimmen. Van de goede kant is het ook 's nachts niet moeilijk. Na een tijdje gingen ze terug, Sharon was opgelucht. Beneden waren de lichten en geluiden van de stad, die de piramiden al aan drie kanten heeft ingesloten. De mist werd dichter, geleidelijk verdween alle geluid, alle licht, er was alleen mist om ons heen. Opeens vloog Sharon tegen me op, uit angst. Ze had iets gezien, ik dacht misschien een schorpioen, ze zei steeds minder. De wereld leek verdwenen. Een keer klonk de roep van een vogel. Sharon dook in elkaar van de kou en rolde zich uiteindelijk op de stenen op, ze sliep onvast.
113
Zelf had ik geen last van slaap, ik zat lekker tegen een steen geleund, in een aangename gedachteloosheid. Iets te zien of te horen was er niet meer. Het kon overal zijn, elk oriëntatiepunt leek verdwenen, zelfs de plek waar je zat leek willekeurig, je leek er zo vanaf te kunnen glijden. De mist leek een net van marskanalen, maar als ik het op het netvlies wilde vasthouden vond ik dat ik het me inbeeldde. De kou was net te harden. Sharon lag verkrampt. Toen ze wakker werd wreef ze zich warm tegen mijn rug. De dageraad was zeldzaam vaal en onaantrekkelijk. We bleven tot de mist wegtrok. Sharon wiegde aan de rand, net zoals ik de eerste keer had gedaan. Op een gegeven moment vond ik het mooi geweest, ik hield mijn arm voor haar lichaam. Al opwarmend vielen we in een loden slaap. Toen ik wakker werd had ik er meteen spijt van, maag van streek. Kalmaan daalden we af, ik voelde de diarree komen, ik was een stuk lager dan Sharon. Ik ging een stuk naar opzij langs een brede richel en liet me leeglopen. Het werd een afgepast spitse drekberg; ik dacht dat hij wel snel zou indrogen en misschien wel een jaar zou meegaan. Na een moment van algehele gêne moest ik lachen dat ik de grote piramide had bescheten. Sharon had het niet gezien, ik zei het wel, ze stond er niet bij stil. Zwijgend gingen we door. Terug in het hotel zag Pradeep eruit alsof hij zich zorgen om me had gemaakt, maar hij zei verder niets. Dit was onze laatste volle dag hier. Ik wilde nog een keer naar de stad, maar toen ik er was wist ik dat ik me had moeten sparen, de diarree sloopte de energievoorraad. Ik ging terug naar de moskee. De deurwachter vroeg waar mijn vrouw was. In de minaret bleef ik niet lang, er kwamen onrustige jonge Egyptenaren haar boven. Toen ik terugliep waren ze overal buiten aan het eten, iedereen vrolijk. Ze wenkten me, ik dacht dat ik hier had moeten eten en niet in die rotzaal van het hotel, maar ik deed het toch niet.
Zowaar was er nog een tweede general meeting, ik was hem al haast vergeten. Daar werd ik onaangenaam verrast en overdonderd. Ik dacht om het rustig te laten beginnen en dan naar believen er tussen te komen.
114
Maar gelijk van het begin af geloofde ik mijn oren niet. Seth Gray begon een slijmverhaal over dat alles nu goed was, alle onenigheid was bijgelegd, de participants waren tevreden, hij bedankte notabene de leiding voor hun medewerking. Alles klonk in de geest van verzoening. Ik begon een donkerbruin vermoeden te krijgen dat Gerards en Seths onderhandelingen tot volkomen inkapseling hadden geleid, ik had een hele etappe gemist.
Alles ging op zo'n manier dat wie er nu nog dwars lag een spelbreker was. Er werd gepraat over een nieuw begin. Kalupahana kwam er nog eens overheen met gezever over harmonie, de orde was hersteld, maar hij had een dreigende ondertoon: niemand moest het nu nog wagen moeilijk te doen, ook niet ouwe koeien uit de sloot halen. Dus werd er niet meer op de alcohol-issue teruggekomen, de openlijke Moonie heerschappij van Mel Haft werd als zoete koek geslikt. Ik dacht een moment dat Gerard, Frank en Seth niet goed snik waren, zag hun overstag gaan al voor me, continu bepraat door Gene James en Mel Prosen, die zogenaamd op onze hand waren. Ik was van walging vervuld, ik trok mijn handen er vanaf. Als de participants zó stom waren om hier in te trappen bekeken ze het zelf maar. Die vergadering was alleen maar een plechtige bevestiging wat allang beklonken was, de leiders en de Moonies straalden zelfvertrouwen uit. Ik had het gevoel dat ze de groepspolitieke strijd dachten gewonnen te hebben, maar dan bleef er een tweede probleem over. Openlijke oppositie was er niet meer, alleen gemor in uithoeken dat veilig genegeerd kon worden. Maar er was een indirecte oppositie van participants, die op eigen houtje opereerden en het programma aan hun laars lapten. Bij de volgende etappe zul je ook zien dat de Moonies zich op dit punt gaan concentreren. In Egypte kwamen ze daar nog niet aan toe. Het grootste probleem voor hen was dat zich in het hart van die oppositie Sharon bevond, een van de participants waar ze het meest op lagen te azen, maar die ze koste wat kost niet voor
115
het hoofd wilden stoten. Nu ik erbij stil sta bestond die oppositie eigenlijk maar uit drie man: Sharon, Hadewych en ik. De bestudering van de Islam waar we in Cairo voor gekomen waren was een totale mislukking waar niemand het verder nog over wilde hebben. Het werd gewoon afgeschreven, de leiding had nijpender zorgen.
Sharon ging die middag paardrijden. Die kon je huren bij de piramiden om een eindje door de woestijn te crossen. Sharon had er donkere plekken van op de binnenkant van haar dijbenen. Je kon je ook voorop het paard laten meenemen door een van de Arabische jongens. Patries deed dat; het joch hield haar te goed vast, liet het paard rennen, zodat hij ongestraft van achter tegen Patries op kon rijden. Ze zat het zelf te vertellen met een vies gezicht. Ik hield mijn gezicht in de plooi.
Zoals altijd was de laatste avond georganiseerd feestelijk. We begonnen met een grote maaltijd naast het zwembad van de Holiday Inn Sfinx, het zusterhotel van de Holiday Inn Pyramids waar wij zaten, 15 minuten verderop. Ik wilde eigenlijk niet eten, maar ik kon het toch niet laten. Het was een fraaie ambiance, ik fantaseerde hardop wie we in het water zouden gooien. Ik begon een paar sinaasappels in de meute te gooien, maar dat werkte helaas niet aanstekelijk. Ik zag al een gooi-en-smijt-partij à la de Comedy Capers voor me. Herbie Mayr zat in mijn buurt en was perplex. ‘What are you doing?’, riep hij met hoge stem. Ik keek, zei niets en keerde hem de rug toe. Op het podium kwam een buikdanseres ons afleiden en daarna een groep wervelende derwisjen, een smakeloos aftreksel van wat ooit mystieke vervoering geweest moet zijn. Mensen werden het podium opgetrokken om mee te dansen, ook Sharon. Na een paar minuten ging ze door haar enkel en nokte af. De enkel ging opzetten en zou tijdens de verdere reis voortdurend een probleem zijn. lk zag haar alleen maar ineens het podium afgaan, maar wist niet waarom. Ze vertelde het en zei dat ze de laatste nacht in de woestijn wilde doorbrengen. Ik was te slap, ik ging maar een eindje mee richting de piramiden, Ulrich was er ook bij. We liepen naar een muurtuin. Sharon probeerde de tuinman te roepen in wiens huisje ze een eerdere nacht was geweest. Hij kwam niet, ik ging terug.
Naar aflevering 24
Naar INHOUD