
121
gaan eten dat kreeg hij. Het werd het begin van een gewoonte; keer op keer pingelde hij de Moonies geld af, dat meestal in whisky wordt omgezet, tot het op het eind in de honderden dollars liep. Ik kon toen ik net weer bij was nog niet helder denken. Ik hield nog te veel vast aan het dogma de leiding geen uiterlijke gunsten te vragen, ik wilde niet zeuren over eten. Achteraf gezien had ik makkelijk een hele groep mee kunnen krijgen om dit vreten collectief het raam uit te gooien en de leiding voor het blok te zetten.
Intussen verscheen Maniatis weer op het toneel, de man achter de schermen, nog steeds zijn oude zelfverzekerde zelf. Hij verbleef in de Holiday Inn, maar je zag hem regelmatig in Domus Maria rondlopen. De couriers zagen er moe uit, op slechte voet met de leiding, Nina zag er doorleefd uit, ik zag haar op Werner leunen aan de bar. Intussen had de leiding per decreet afgekondigd dat het programma nu verplicht was en als je zelf iets ging doen moest je het aan je teamleaders melden en uitleggen. Niet alleen de toers maar ook de lezingen dienden gevolgd te worden. In de praktijk kwam het er op neer dat als je schappelijke teamleaders had je er niet veel last van had, zo niet, dan werd het beroerd. Toen de Moonies zagen dat er toch nog te veel participants door de mazen van het net glipten, verhoogden ze de druk op zowel teamleaders als participants. Gedurende de etappe in Italië werd het alsmaar strakker. Kaci dekte me in mijn team. Sharon en Hadewych zaten tot hun geluk in het meest ontwrichte team en werden gedekt door Peter Beyer, die in hun team zat.
Niettemin had ik toch na het vasten wel zin in een toertje; sinds Israël had ik er geen meer gehad. Zodoende kwam ik in de bus naar Assisi – de Moonies zien Franciscus als een Moonie avant la lettre – een mooie urenlange rit, Sharon was er ook. De kerk (in twee lagen) was absorberend; ik had geen ogen genoeg. Na uren liep ik even naar buiten en toen ik bij de eerste souvenirwinkel kwam, had ik geen lust meer buiten te lopen. Ik zei het tegen Sharon en we liepen terug de kerk in. Eerst beneden, waar ik telkens terugkwam naar de Gouden Madonna (van Lorenzetti?) met Johannes en Franciscus aan weerszijden. Sharon was soms in de buurt, soms niet. Moeiteloos
122
kon ik uren in een bank zitten, ogen dicht. De benedenkerk werkte als een weldadig bad. In de bovenkerk heb ik op mijn gemak zitten kijken hoe ze de Giotto's aan het restaureren waren. De schilderijen waren verscholen achter half-doorzichtige turquoise doeken. Op de vlonders liepen jonge mannen en vrouwen met gedempte stemmen te werken, dat was opvallend. Ik kwam als laatste de kerk uit. Mel Haft stond met de handen over elkaar te wachten, de bussen moesten op mij wachten. Hij zei verder niets.
Achteraf gezien is dit het begin van mijn nieuwe ‘spirituele reputatie’. De Moonies konden me tot dan toe als opruier zien, maar vooral door Kaci’s toedoen moesten ze geleidelijk toegeven dat er iets religieus in me stak. In Assisi zagen ze dit voor het eerst. Op mijn ‘godsdienstigheid’ kom ik nog terug.
De meeste mensen in de bus hadden Assisi zelf (de kerk ligt aan de rand) op hun gemak willen zien, maar de chauffeur trok zich niets van de instructies van de couriers aan, die zelf niet mee waren gegaan. De Moonies wisten niet precies wat er afgesproken was, dus werden we om 6 uur weer afgeleverd in plaats van om 8 uur.
Ik zat zowaar bij Randy en James aan tafel toen Lothar me opeens wegriep. Hij vroeg of ik terug naar huis wilde. Ik zei: ‘Nee, hoezo?’ ‘Dat dacht ik al’, zei hij, ‘ik heb van de leiding een lijst gekregen van mensen die naar huis willen. Ik ken ze verder niet, maar jouw naam staat erbij’. ‘Wie nog meer?’ vroeg ik. Hij kon het zich niet herinneren. Ik preste hem, maar hij wist het echt niet. Ik zei dat dit een rotgeintje van de leiding was, om lastpakken geruisloos weg te werken. Hij knikte, hij was al tot die conclusie gekomen. Ik bedankte hem, hij bezwoer me om niemand te zeggen dat ik het van hem had gehoord, verder mocht ik met de informatie doen wat ik wilde. Ik vond het onvoorzichtig van hem om me van tafel te halen waar Randy bij was, maar afijn.... Ik had eerst wat anders te doen.
De gedachten gingen op topsnelheid; aan tafel zei ik verder niets. Snel kwam ik tot een voorlopige constructie: Rome was de laatste plek waar ze mensen vrij goedkoop terug konden sturen. Ik wist al dat we in drie verschillende vliegtuigen zouden vertrekken naar Bombay, de volgende etappe. Ik had het idee dat de Moonies mij en andere subversieven op het vliegveld bij verrassing
123
zouden afzonderen, vlak voor vertrek, zodat de rest niet meer kon protesteren. Als ze het goed deden zou de rest het zelfs niet in de gaten hebben vóór we in het vliegtuig zaten en dan zou de leiding glashard kunnen volhouden dat ik het zelf gewild had en was er niemand om hen nog tegen te spreken. Als ze me afgezonderd hadden zouden ze me een ticket terug naar huis in de hand duwen (of zelfs dat niet eens) en me het verder laten bekijken. Ik ging ervan uit dat ze openlijke wegsturing niet riskeerden, want dat zou te veel beroering wekken. Alles leek nu net onder controle; dat moest zo blijven. De ‘groeps-politieke’ oppositie lag lam en als de opruiers ook nog weg waren konden ze aan het echte werk beginnen, het klaarstomen van de participants voor Korea. Lothar's tip was goud waard, het doorkruiste het plan volkomen.
Eén van favoriete plekken waren de verschoten zware comfortabele leunstoelen in de foyer, waar je lekker in weg zakte. Alle participants die ik kende schoot ik aan. Hanni was een van de eersten; ze keek nadenkend, ‘this is serious’, zei ze, ‘we can't let that happen’. Ik noemde Lothar niet, liet het wel doorschemeren. ledereen geloofde me. James begreep het meteen, hij had aan tafel gezeten en Lothar op me toe zien komen. Toen ik ca 1½ uur zo bezig was in de foyer en de gangen ging het gerucht verder een eigen leven leiden, het ging als een lopend vuur. Ik hoefde verder niets meer te doen, ik ging ervanuit dat de leiding het gerucht snel zou horen. Dan konden ze twee dingen doen: wetende dat de participants op hun hoede waren en niet meer verrast konden worden moesten ze het of afgelasten, of openlijk doorzetten met alle tumult van dien. We hadden nog dagen, dus in deze context eeuwen te gaan waarin de leiding aangevallen kon worden. Nu ik op krachten kwam kon ik er nog wel even voluit oplos. Dezelfde avond was het duidelijk dat dit plan voor de meeste participants onaanvaardbaar was, ik ging tevreden slapen.
De volgende dag ging het gerucht nog volop. Intussen was Reinhardt naar Duitsland terug op bevel van zijn vader, die last had van Moonie-angst, maar Reinhardt hoopte zijn vader te overtuigen dat deze reis O.K. was. Dat is hem ook gelukt, hij kwam op tijd terug. Bruce Tate had er wel genoeg van, hij zou terugvliegen. René had intussen een groot pak bewijsmateriaal opgestuurd, casettes en dia-rolletjes, en hij was gelukkig. Zijn
124
vriendin had geschreven, het was weer aan. Ik zag hem gelukkig buiten lopen, tot mijn verbazing nam hij aan dat het met mijn vriendin ook weer goed zou zijn, alsof het een het ander zou aansteken. Charlie had last van zijn paspoort, het was bijna verlopen en de ambassade wilde niet snel een nieuw afgeven; hij maakte zich zorgen om Azië. Om een of andere reden mocht Majid India niet in, hij zou zolang in Bangkok geparkeerd worden en er in Nepal weer bij komen. Ik zei dat dat prima was: iemand die even los was van de Mooniewaanzin kon ons daarna weer laten zien wat normaal was.
Sharon probeerde alsmaar haar oude collega Paola uit New Orleans te bellen die terug in Italië was, maar ze miste haar telkens net.
Die dag zouden we de stad in gaan. Ik sprak met Sharon en Hadewych af op een terras vlakbij. Ik was er nog maar net of Sharon's tas bleek gejat. Hij had bij de tafelpoot gestaan, haar paspoort zat erin. Ik dacht aan Charlie's verhaal en maakte me zorgen, ik vroeg me af of ze op tijd een ander paspoort zou krijgen. We stoven uit elkaar, Hadewych naar de politie, ik naar de carabinieri, Sharon terug naar Domus Maria. Tegen de tijd dat ik er terug kwam was ze er niet meer. Het was een mooie dag; buiten werd ik door Kaci onderschept, ze was heel geëmotioneerd. We praatten over het gerucht en alles eromheen. Ik denk dat ze het onaardig van me had gevonden dat ik het haar niet zelf had verteld. Ze zei dat ze er altijd voor had gevochten dat de leiding nooit iemand uit haar team achter haar rug direct zou aanvallen. Dat was voor haar de limit, anders stapte ze op. Ze zei dat het eigenlijk een onmogelijke reis was en dat ze op de rand van instorting was geweest. Ze maakte zich zorgen om mij, hoelang ze me nog kon dekken, ik had het idee dat ze niet alles zei. Toen ik zei dat ik de Moonies slechte publiciteit kon bezorgen, ontkende ze dat. ‘It's not blatant’, zei ze twee keer, typisch een uitdrukking voor haar. Het was allemaal niet sterk genoeg om hen echt te raken, alles was los zand. Maar de leiding was woedend over het gerucht. Ze ontkenden alles en waren woedend over wie dit gerucht in omloop had gebracht. Kaci zei het niet, maar het voelde alsof de Moonies mij weg wilden sturen omdat ik het gerucht had verspreid dat ik weggestuurd werd, het leek wel patafysica.
125
Vogel kwam erbij zitten, een geval apart. Ze bemoeide zich nooit met me en ze praatte ook nu voornamelijk met Kaci. Ze waren wel gewaagd aan elkaar, allebei met een zeer gecompliceerd en academisch omslachtig taalgebruik. Mary Vogel werd dus bij haar achternaam genoemd. Ze hoorde bij de Syracuse-kolonie, was een geliefde leerlinge van Huston Smith, de oude baas van NEW ERA, die de Indianen mee naar Barrytown had genomen. Vogel had iets aparts, bril laag op de neus, grote alom tegenwoordige strohoed, klein en stevig zoals Inge Kolff, halflang haar, lage stem, ze sprak met nadruk. Ze was Marcella's roommate en ze overheerste haar volkomen. Bij het aankleden had ze vaak aanmerkingen; als een jurk van Marcella haar niet aanstond zei ze er wat van en liet ze haar iets anders aantrekken. Marcella vertelde vol bewondering hoeveel Vogel van Europese kunstgeschiedenis wist, ze kon de fijne details van specifieke Italiaanse kerken zo uit de mouw schulden. Vogel was ambitieus en onverzoenlijk jegens de Moonies, ik weet niet naar aanleiding waarvan. Ze was slim in elk geval, niet te belazeren door smoesjes. Openlijk deed ze niets, ze genoot ook een zekere immuniteit. Haar nauwe band met Huston Smith was bekend, de Moonies konden het niet te bont maken tegen haar. Dat gold voor meerdere participants die ouders of beschermers hadden die de Moonies te vriend wilden houden, ik daarentegen had die niet.
Het was eigenlijk een schitterende dag; ik zou me zorgen moeten maken maar ik deed het niet. Wegsturen zou een ramp voor me zijn, dat wel. Ik wilde niet terug naar mijn eigen situatie in Holland, en het zou zonder dat al moeite kosten om de participants los te laten. Die ochtend op het terrasje bij het kruispunt was Sharons paspoort dus weg. ‘This might be the end of the trip for you’, zei ik; ze zei niets terug. Het paspoort, ik moest er eigenlijk over inzitten, maar ergens zat er iets wat daar niet in mee wilde. Ik klampte allerlei Italianen aan, kwam uiteindelijk bij de carabinieri, alles was puur voor de lol van het praten. Alles wat uit Lothars tip voortvloeide ging net zo. De reis begon steeds surrealistischer vormen aan te nemen. Alle reisgenoten, participants, NEW ERA jongens en Moonies gingen door dezelfde gehaktmolen; overal zag je de barsten en de scheuren in de maskers en schilden en ideologische posities. Het leek niet meer serieus en consistent, en buiten controle van wie dan ook. Toen Hanni de vorige avond zei ‘we can't let
naar Aflevering 26
naar INHOUD