
11
De busreis naar New York was slopend: het beetje energie dat ik door de korte slaap had gekregen was op voordat we er waren. Ik zat naast Charlie, een mormoon, voor in de twintig, een typische gezond ogende Amerikaan met een diepe stem, vrolijk en niet fanatiek. Hij leek niet ор de jonge Amerikaanse mormonen die ik in Arnhem op straat altijd zag, die robots waren. Alleen had hij bloeddoorlopen ogen, wat veel sekteaanhangers hebben. Hij was jaren in Taiwan geweest, sprak Chinees en was gefascineerd door andere religies, voor mormoonse begrippen een ongezonde belangstelling. Op den duur bleek dat hij vrouwen ook zag zitten. Ik mocht hem, hij mocht mij, ook al hadden we niet veel met elkaar te maken op de reis. Nadat ik een poos met hem gepraat had zat ik verder de busrit uit.
Het massahuwelijk was in Madison Square Garden, een overdekt stadion. Ik zat hoog boven met Geraldine en Debby. De tent was met vlaggen, banieren en slogans versierd en baadde in een verblindend licht. Na een paar verplichte redevoeringen kwamen Reverend Moon en zijn vrouw op en gingen op een verhoging staan, waarna de 2000 bruidsparen binnen schreden uit een bloemenpoort in formaties van vier. De messias en zijn vrouw sprenkelden heilig water over hen heen en vervolgens schreden de pasgehuwden volgens vast patroon naar de voor hen bestemde plaats, als een goed gedrilde legereenheid. Er was geoefend van tevoren.
Voor de Moonies was dit een sprong voorwaarts in het heilsplan. Je weet dat Moon beslist wie met wie trouwt. Het punt is dat de Moonies claimen dat zulke echtparen heiligen zijn, onder direct bestuur van God en dat zij nooit meer in zonde terug kunnen vallen. Ze mogen pas trouwen na jaren van loutering, als ze helemaal vrij zijn van de minste neiging tot ontucht. Hun kinderen worden onbevlekt ontvangen, de eerste generatie die zonder zonde wordt geboren, het nieuwe superras dat de wereld zal overnemen. De Moonieleer stelt dat door de zondeval het voorgenomen reine huwelijk tussen Adam en Eva niet door ging. Satan verleidde Eva tot geslachtsgemeenschap, Eva verleidde Adam en zo is het allemaal gekomen. Wil de erfzonde hersteld worden (de Moonies praten voortdurend over herstellen) dan moet een volmaakt gezin gecreëerd worden. Jezus was het bijna gelukt, maar hij stierf aan het kruis voor hij kon trouwen. De kruisdood is dus geen triomf zoals voor de christenen maar een mislukking. Waar Jezus faalde, slaagde Sun Myung Moon: hij vond de volmaakte vrouw, fokte een stuk of 14 volmaakte kinderen, en vormde zo de basis van de nieuwe orde. Over zijn eerste vrouw, van wie hij scheidde, hebben ze het niet.
Moon stond daar als een sjamaan, in een lang wit gewaad, met een kroon op, erop los te sproeien, maar het beoogde magische effect werd teniet gedaan door de bespottelijke muziek: de hele plechtigheid door blèrde eindeloos herhaald een muzak-versie van Here comes the bride uit de speakers, tot het iedereen de strot uit kwam. Dat maakte het tot een kitschvertoning.
12
Voor mij was het ellende: ik zat hoog en werd gek van al die duizenden flashlights overal vandaan. Ik voelde alle kracht uit me wegtrekken, maar ik wilde en moest het tot het einde zien. Het duurde eindeloos voordat alle paren besproeid waren. Al snel had ik het opgegeven om Patries te herkennen. Toen alle paren gezegend waren, hield Moon een rede in het Koreaans, die of niet werd vertaald of ik had een lacune: dat was het indrukwekkendste deel. Hij sprak op de blaffende, hakkerige manier die ik van de samoerai uit Japanse films kende. De man wasemde macht uit en zijn 4000-koppige leger brulde na de rede een paar keer een Koreaanse yell, manzai, wat letterlijk ‘duizend jaar’ betekent. Persoonlijk houd ik daar wel van, anderen hadden er zekere associaties bij. Maar ook deze magie veranderde weer in kitsch, toen op het eind een kwijlzanger (bij het Amerikaanse TV-publiek bekend als zanger van spaghettisauscommercials, las ik in de Dayly News) ‘Be my love’ uitbralde, waarna een grote zak ballonnen die aan de nok hing openscheurde. Michael riep tijdens de hele reis te pas en te onpas manzai.
Buiten heb ik een poos zitten kijken naar de bruidsparen, die de deuren uit golfden: ze zagen eruit alsof ze niet wisten wat hun was overkomen, hielden aarzelend elkaars hand vast, keken elkaar aan met snel verschietende ogen. Vaak spraken ze elkaars taal niet eens, want Moon had rassen en volkeren zoveel mogelijk door elkaar gehusseld. Er werd niet gezoend, dat was verboden. Het was weird om ze te zien uitwaaieren over de straten, overal wolkenkrabbers. Patries was nergens te zien.
Buiten kregen we lunchpakketten, ik heb op de grond met een paar Nepalezen zitten eten, daarna werd ik door Tariq meegetrokken en met nog twee andere zwarten gingen we de stad in, straat in straat uit, winkel in winkel uit, zonder enig verband. Het leek alsof ze alle drie net zo hard de kluts kwijt waren: ze zeiden niet veel, begrepen elkaar niet, kochten onnutte dingen, waren inefficiënt met het winkelpersoneel. Wat ik me het meest herinner was dat het zo stil was, ik had lawaai verwacht: het leek niet echt, een droom. Eén van de drie kende de weg en bracht ons terug naar Madison Square Garden, waar we weer de bus in gingen, voor een tour door New York, die uit twee items bestond: het Vrijheidsbeeld en het gebouw van de United Nations. Dit is tekenend voor het banale van alle Moonie-excursies, de hele reis door. Het kwam erop neer dat we New York dus alleen vanuit de bus te zien kregen. We reden een heel end, naar de Staten Island Ferry, die het Vrijheidsbeeld passeert: we voeren heen en terug. Ik hou van ferry’s, ik kwam wat bij, nam mijn eerste pilsje – niemand zei er wat van en dat hadden ze ook niet moeten proberen. Daarna weer eindeloos rijden en een kwartier om het VN gebouw te zien. Dat was te belachelijk: ik ben
13
gewoon maar met Debby op een bankje gaan zitten. We waren het volkomen eens dat dit hele gedoe de waanzin en ontwrichting van de wereld extra onderstreepte. Wat er precies gezegd is weet ik niet, maar er was vanzelf een solidariteit on ons erdoorheen te slaan. Ze herinnerde me daar nog aan op de laatste dag in Tokyo.
Daarna terug naar Barrytown, eindeloos: toen we terug waren, was ik koortsig en gemangeld. Ik wist toen al dat we acht dagen in Barrytown zouden blijven in plaats van meteen door te vliegen, zoals iedereen had gedacht. Die acht dagen dienden ‘om ons voor te bereiden op de reis’. De andere dag kreeg ik door wat die voorbereiding was. 's Avonds nam ik met Michael de lopende zaken door, dat deden we altijd voor we gingen slapen: een soort samenzwering. Er werd niks gepland, hij had contact met andere mensen, maar vanzelf werkten we naar hetzelfde toe.
De volgende twee dagen, 2 en 3 juli waren de beslissende dagen: het leken eeuwen, en ze zijn vrijwel onmogelijk te beschrijven. Toen is het patroon gelegd voor de hele reis. Ik had het idee dat iedereen voor zichzelf gigantische bewustzijnssprongen moest maken. Chronologisch beschrijven is ondoenlijk. Ik kan eindeloos doorgaan met excuses. Ik heb er geen vat op. De intensiteit en de spanning van die dagen was spectaculair: kort gezegd komt het erop neer dat de Moonies een blitzkrieg lanceerden die de hele groep zó plat moest krijgen dat ze na acht dagen ‘voorbereiding’ niet eens meer door hadden dat ze plat waren. Niet dat we Moonie zouden zijn, maar het ging erom de participants murw te beuken en in het gareel te krijgen vóór de echte reis zou beginnen, en om dwarsliggers er uit te pikken en naar huis te sturen. Ze wilden een bepaalde groepsgeest aankweken: We moesten samen dingen ‘ervaren’, we moesten altijd ‘meedoen met de groep’. Mensen die zich afzijdig hielden waren fout. De group focus was heilig. Dit patroon leidde ik af uit 1000 details, ik had ook het idee dat ik 1000 dingen begon te begrijpen. 30 Juni en 1 juli waren een sprong in het duister geweest, nu zag ik in wat voor waanzin ik terecht was gekomen.
2 Juli begon prachtig: 's ochtends verscheen een nieuwe ster: Marcella Stappers, de Belgische oogappel. Als Wiske van Suske was opgegroeid, zou ze zó ongeveer geworden zijn. Blond golvend haar tot op de schouders, lang, zwaaiende armen, rode wangen, wapperende rokken, wipneusje, wat een schatje. René en ik ontdekten haar en gingen meteen met haar aan de wandel. Ze had het openbaar vervoer moeten nemen, omdat de Moonies haar niet meer van het vliegveld wilden halen: ze had een dag nodig om van New York haar Barrytown te komen dankzij de chaos en de stakingen. Ik vond het al knap dat ze New York in haar eentje had overleefd, maar ze had dat kordate van Wiske. Ze had theologie gestudeerd, was afgestudeerd op biseksualiteit en was godsdienstlerares. We praatten over de Moonies, over het warrige in hun theorie (Marcella) en de psychologische motieven die mensen in de armen van Reverend Moon drijven (René).
14
Het was een prachtige dag, we hebben constant zon gehad, ca 28/30°, bossen en velden rondom. Ik was de enige die daar plezier in had de eerste dagen: Overdag ging ik op eigen houtje buiten lopen en liet de Moonies voor wat ze waren. Daardoor stond er minder druk op me de op anderen. Ik had het nodig om bij te komen en niemand zei er wat van. Later begreep ik dat een van mijn teamleaders me had gedekt, anders had ik meteen de leiding op me af gehad. Officieel was deze reis georganiseerd door NEW ERA (New Ecumenical Research Association), de Moonie-coverorganisatie voor godsdienstwetenschappers, een groep bij uitstek rijk aan zachte eieren, maar er zaten ook genoeg creeps in. Er waren ongeveer 20 teamleaders, die voor het grootste deel van NEW ERA kwamen, Dan waren er nog ca. 10 junior leaders, die het vuile werk konden doen. Aan het hoofd stond onbetwistbaar Richardson en zo liep hij ook rond.
De Moonies zelf kwamen er dus helemaal niet aan te pas. De meesten van de normale Mooniepopulatie van Barrytown was uitgezwermd voor fundraising (terug naar de basis). Er zat een staf onder leiding van John Maniatis, de man die alle wetenschappelijke conferenties voor de Moonies organiseerde, maar die hele zooi bleef op de achtergrond en bemoeide zich niet met ons. Een handjevol bemoeide zich met ons, maar leken geen leiders; de opvallendste was Betsy Colford, een klein trutje van ca. 30 met een muizesnoetje, kort piekhaar en bril en giechel, die de briljante rol speelde van de lievige, naïeve Moonie die naar iedereen wilde luisteren en iedereen o zo vriendelijk in de pas liet lopen. Ze had de huwelijksboot in Madison Square Garden gemist omdat haar fiancé onwel was geworden. Daar werd ze vriendelijk mee geplaagd. Iedereen dacht dat ze ongevaarlijk was. Ik niet: ze was uitgekookt, bovendien zwarte band taekwondo bleek later. Veel Moonies krijgen gevechtstraining. Ze had een machtspositie, niemand wist precies hoe; later zagen meer mensen dat in. Ze had Frans gestudeerd en bleek mijn liefde voor Baudelaire te delen. Les Fleurs du Mal, geen gezonde belangstelling voor een Moonie eigenlijk. Ze is de hele reis correct tegen me gebleven, zij het op afstand na de crisis.
Iedereen (voor zover ze het wisten) had ergens diep in zich Moonieangst: iedereen had zich daar over heen gezet vóór ze ja gezegd hadden. Het punt is, in principe vertrouwden ze de leiding, omdat het normale mensen waren. Ik wist hoe Moonies door overorganisaties werkten, ik begon met niemand te vertrouwen, uiteindelijk vertrouwde ik er één een beetje. Toen ik ze allemaal van dichtbij bekeek, waren ze of creeps of bang en onzeker Richardson trad op als dictator, hij schold leiders en participants uit: hij raasde maar door. De man zag er zo gevaarlijk en agressief uit, dat in no time iedereen bang voor hem was. Toen al was er het gerucht dat hij aan de alcohol verslaafd was. Dat werd later zekerheid, zelfs Patries geeft het nu toe. Hij was het ook die het alcoholverbod had doorgedrukt. Hij zag er doorgedraaid uit en had zenuwtrekken om zijn mond, alsof hij iets fanatiek aan het vermorzelen was in zijn bek; hij loenste af en toe. Hij wilde overal bij zijn, alles controleren.
15
Richardson wilde de teamleaders strak in het gareel houden, maar dat lukte maar half. Hij schopte te veel mensen tegen de schenen en de sterke persoonlijkheden onder hen kwamen in verzet. Die onrust in de leiding was voor ons op 2 juli al duidelijk: ze waren allemaal tot het uiterste gespannen. De voornaamste opponent was Mel Prosen, een klein dik bebrild Joodje, liep slungelig in korte wijde broek, buik vooruit en hij had een zeurderige manier van praten. Ik vertrouwde hem niet. Hij was psychiater en vond het duidelijk beneden zijn stand om orders van een overspannen bullebak op te volgen. Hij behandelde Richardson consequent als patiënt en die kon daar niet legen op.
In mijn team waren vier leiders, Randy, Kasy, Bob en Krishna, die al is genoemd. Krishna was gezagsgetrouw, maar mocht mij persoonlijk. Randy Huntsberry was een van de topleiders en meestal te druk om zich met het team te bemoeien. Hij zag er flink uit, cultiveerde de winning smile, maar het was eigenlijk een bange nerveuze man, een Japan-specialist. Krishna was ook niet zo ijverig, dus het echte werk kwam op Kasy en Bob neer. Bob was een paar jaar ouder dan ik, een typische gebruinde Californiër van Santa Barbara, bezig met Zen op een afschuwelijk intellectuele manier. Hij leek me niet slim. Half lang haar, snorretje, snelle nerveuze babbel, wipte met zijn benen de hele tijd en er klopte iets niet met zijn ogen. Het leek een gezonde jongen, maar ik vond hem eigenlijk een creep. Hij had iets te verbergen, ik had het gevoel dat hij wist dat hij iets aan het doen was wat niet klopte. Hij was onzeker en bang.
Kasy had een overwicht op hem. Kasy Creel komt van een familie die een reeks benoemde presbyteriaanse missionarissen naar China heeft opgeleverd. Gespecialiseerd in semitische talen en ze onderwees campus ministry, dat wil zeggen dat ze dominees voor het studentenpastoraat opleidde. Ze leek een relict van de jaren vijftig door haar truttige haar, kleding en bril. Schrille stem, praatte zorgvuldig, heel intellectueel, was getraind in groepen leiden. Ze was een spion van de een of andere christelijke organisatie die de Moonies in de gaten hield. Ze moest waken over het welzijn van de Amerikaanse christenen onder de participanten om te zorgen dat die niet als Moonies terug kwamen. Ze had een luide hikkende, enge lach. Ze mocht me, ze kon op gelijk intellectueel level met me praten bovendien. Zij is het ook die me de eerste dagen gedekt heeft toen ik het bos in was en ze heeft het altijd voor me opgenomen. Ze zag het als haar roeping om de druk van bovenaf op de participants zoveel mogelijk te verlichten zonder direct tegen de leiding in te gaan, een hondenbaan die haar een keer op de rand van ineenstorting heeft gebracht. Ik had geluk door in haar team te zitten.
Ik had zelf geen enkel idee hoe de reis zou zijn, ik had dat ook tegen Richardson gezegd. Ik was er snel achter dat de leiding dat wel had en hun idee van de reis was eng. Ze wilden naar een vastomlijnd doel toe, iedereen diende zich daaraan aan te passen en anders vloog je eruit. Het was al meteen duidelijk dat er strakke discipline werd geëist.
Naar aflevering 4
Naar INHOUD