
1.
Toen Pedro de ontwrichting van Sas en mij in zich had opgenomen, zag hij een redmiddel voor mij in reizen. Met zijn tweeën in de IJsbreker zag hij mij al in Parijs zitten met een Franse minnares als balsem op de wonde. Pedro vond dat Fransen liefdesverdriet het beste konden verwerken, dus Parijs, mijn studie daar en een Franse vrouw vormden de oplossing. Op dat moment kon dat niet onmiddellijk vanwege geld en na een poosje niet meer omdat ik lijfelijk te erg was ondermijnd. Als het aan hem lag was ik dezelfde dag nog vertrokken, en hij vindt dat nog steeds een fout: hij was bang dat ik als ik niet onmiddellijk wegging gek zou worden. Uiteindelijk kwam ik in Parijs, met mijn professor en zijn minnares (alles voor me geregeld) voor acht dagen. De meeste tijd was ik alleen daar en ik ben me er thuis gaan voelen, maar acht dagen was niet genoeg. Daarna ging de ontwrichting door.
Op een dag kwam Pedro, helemaal opgewonden, met de oplossing binnenlopen: een wereldreis met de Moonies, en dat moest meteen geregeld worden. Zijn Moonie-zusje Patricia had het hem zelf aangeboden, waarop hij onmiddellijk had gereageerd met mij naar voren te schuiven. Patries stemde in. Hij durfde zelf niet, hij werd alleen al van Patries' aanwezigheid nerveus en hij is bang voor de Moonies, maar hij redeneerde dat het voor mij anders was, gezien mijn ervaring op spiritueel gebied en met sektes. Het heeft hem altijd gerustgesteld dat ik me er helemaal in kon storten zonder fanatiek of een idioot te worden. Zo zag hij dat. Toen dit voorstel op me afkwam, was ik zelf al overtuigd dat er een wonder van buiten of moest komen om mijn onttakeling te stoppen. Ik was dag en nacht bezig met vertragingsmanoeuvres, maar het bleef vechten tegen de bierkaai. Dit aanbod was zo bizar en absurd, niemand had er op kunnen komen. Ik zei meteen ja.
De volgende dag zag ik Patries in Pedro's huis, in goeie doen en enthousiast. Ik kende haar goed van vroeger en ze had geen reserves ten opzichte van mij. Patries bleek assistente te zijn van de professor die de world tour voor de Moonies organiseerde. Ze zei dat professor Richardson wel geloofde in ‘de Goddelijke Beginselen’, maar dat hij wel ‘liberaal’ was, met andere woorden, ik hoefde niet bang te zijn dat hij een fanaat was. De reis was bedoeld voor studenten vanuit de hele wereld, begeleid door harmonieuze echtparen, die de studenten een lichtend voorbeeld moesten geven in ware religie. We zouden langs alle heilige plaatsen van de grote religies gaan: de reisroute lokte me enorm, vooral China en Japan, omdat ik altijd dacht dat ik zover nooit zou komen. De Moonies zelf zouden er vrijwel niet aan te pas komen. Een stuk of vier gingen mee om zieken te verplegen en dat soort dingen. Als ik de volgende dag naar het Mooniehuis in Amsterdam zou komen, kon ik met Richardson zelf praten en die zou dan beslissen of ik mee mocht. Patries had er alle vertrouwen in.
2.
De andere dag trok ik mijn lulligste schoenen aan, zette een serieus studentengezicht en toog naar het Mooniehuis in de Titiaanstraat, ‘Huize Doorbraak’. Na een poos wachten kwam Richardson opdagen, een grote slungelige Amerikaan met een gezicht vol pokdalen en een bril op, joviaal en duidelijk ingenomen met zichzelf. Als hij stond, hees hij zijn broek op, precies zoals schoolmeesters en leraren doen. Hij begroette me hartelijk, met Patries aan zijn zijde, die zich tegenover hem stuitend slaafs gedroeg. Wat later, toen ze even weg was, zei hij lachend dat Patries de diepste devotie voor hem had.
Eerst hebben we gepraat over mijn intellectuele bezigheden, die ik makkelijk in een spiritueel daglicht kon zetten, en bovendien was ik in India geweest. Hij was zichtbaar ingenomen met mijn verhaal, waarop hij zelf los kwam en zijn leven in vogelvlucht begon te vertellen. Hij had zendeling willen worden, maar hij werd professor theologie. Hij wist alles van het calvinisme (zijn eigen geloof) en sloeg me met 17e-eeuwse Nederlandse theologen om de oren waar ik nog niet eens van gehoord had. Hij zei dat Sun Myung Moon het calvinisme naar het hoogste stadium had gebracht en praktisch had uitgewerkt en dat de oude Hollandse theologen daar nog het dichtst bij kwamen, met andere woorden er liep een rechte lijn van Hollands glorie naar de Koreaanse Messias. Richardson zei dat om me te prikkelen, maar ik heb Calvijn altijd een creep gevonden, dus dat lokte me helemaal niet.
Hij praatte vrijuit over zijn associatie met de Moonies, zonder me naar mijn eigen mening te vragen, wat goed uitkwam. Hij was een keer op een Moonie uitnodiging ingegaan en de Moonies hadden hem toen deprogrammeringsslachtoffers laten zien, die terug binnen het Moonie kamp waren gehaald. Hij was daar zo door geschokt, dat hij naar Moon is gegaan en hem heeft aangeboden om zich publiekelijk tegen de wandaden van de deprogrammeringsteams uit te spreken. Moon drukte hem aan zijn hart en Richardson gooide zijn verhaal in de media. Omdat hij een theoloog van naam is, legde dat gewicht in de schaal. En van lieverlee raakte hij steeds hechter met Moon verbonden. Ik had het idee dat hij er echt in geloofde, maar dat hij de ascetische levenswijze moeilijk in de plaats kon stellen van zijn luxeleven als professor. Daarom noemde Patries hem ‘liberaal’.
Moon had hem opgedragen deze reis te organiseren: Richardson sprak lyrisch over deze unieke gebeurtenis in de historie, alsof de hele wereld ervan op zou kijken. Het getuigt van Moons brede visie, de reis zou een onuitwisbare indruk op de deelnemers maken en hun hele verdere leven bepalen. Hij verzekerde dat er niet gehersenspoeld zou worden en ik gaf hem, zonder iets te zeggen, de overtuiging dat ik daar niet bang voor was. Ik was een en al inschikkelijkheid in zijn ogen.
3.
Hij was in Holland om Schillebeeckx over te halen mee te doen. Hij is een van de beroemdste roomse theologen. Patries had al tijden contact met hem en zei dat ze ‘een diepe relatie’ met hem had, maar dat de andere paters van zijn klooster haar dwars zaten. Richardson hoopte dat hij zou komen voor de finale van de reis in Korea. Hoe meer beroemdheden er mee deden, des te hoger de status van de reis. Richardson drukte me op het hart dit geheim te houden, want Schillebeeckx zou vast worden tegengewerkt door zijn eigen kerk als hij echt zou komen. Vanwege hem zou Patries ook meegaan met de wereldreis, omdat ze hem persoonlijk kende. Hij is nooit op komen dagen, maar Patries maakte uiteindelijk de reis.
Na uren was Richardson ineens uitgepraat en vroeg me direct wat ik van de reis vond. Toen kwam er iets over me: ik weet niet meer precies wat ik heb gezegd, maar wat ik heb gezegd, trof doel. Ik heb ongeveer gezegd dat ik geen enkele verwachting van zo’n reis kon hebben, omdat het een sprong in het duister was gezien alle ongewisse factoren van zo'n trip, maar dat ik me volkomen zou openleggen en zonder voorbehoud in de maalstroom zou springen. Ik herinner me dat ik Herman Hesse's ‘Reis naar het Morgenland’ noemde, waarin een groep mensen, ieder met totaal verschillende motieven, naar het oosten gaat om hun diepste wens in vervulling te laten gaan. Richardson had dat boek eerder in het gesprek genoemd, zonder te weten waar hij het over had, want hij had al een duidelijk idee van de reis en een rozige kijk op de afloop, terwijl het boek juist gaat over de ontwrichting van zo'n groep. Hoe dan ook, wat ik ook zei, Richardson was volkomen overtuigd en ingenomen. Hij zei dat mijn woorden hem volkomen bevredigden. Hij stond op en gaf me een hand en boog zijn hoofd en zei haast plechtig dat het hem een eer was om mij te vragen om mee te gaan.
Zo werd de zaak beklonken, het was als het ware een pact. Ik had zijn volledige instemming met mijn idee van de reis. Dat Richardson en de Moonies zich daar niet aan gehouden hebben en op me zijn geflipt is hun probleem. Richardson moest meteen weg voor het vliegtuig naar Straatsburg, waar hij kort daarvoor een heel mooie jonge theologiestudente had ontmoet, die hij nu voor de reis wilde uitnodigen. Behalve twee visa halen hoefde ik alleen maar af te wachten tot het ticket naar New York kwam. Eind juni zouden we daar bij elkaar komen en meteen door vliegen de eerste heilige plaats.
4.
De meeste mensen in mijn omgeving waren bang voor de reis: naarmate ik meer aftakelde raakten ze er steeds meer van overtuigd dat de Moonies me in een mum van tijd plat zouden krijgen. Ook Pedro begon te twijfelen. Mijn moeder was helemaal overstuur. Voor de meeste mensen bestond het niet dat de Moonies zomaar een wereldreis weggaven zonder vuige bedoelingen. Saskia's zusje Inge liet me een papier ondertekenen waarin ze het recht kreeg me te laten deprogrammeren als ik gehersenspoeld terug zou komen. Niemand wilde met me mee, al kregen ze geld toe. Het had geen invloed op me: ik kende de Moonies heel goed, want ik had er veel mee te maken gehad in de jaren dat Patries in Amsterdam zat. Ik had een beeld van de oogmerken die de Moonies voor deze reis hadden.
De Moonies werken op twee fronten: op straat proberen ze te bekeren, achter de schermen proberen ze vaste voet te krijgen in kerkelijke, intellectuele en economische machtsgroeperingen. Al jaren doen ze hun best zich in te dringen in de universitaire wereld. Daarvoor organiseren ze wetenschappelijke conferenties waar ze geleerden naar toe uitnodigen, die kunnen zeggen wat ze willen en hun eigen stokpaardjes berijden op kosten van Moon.
Die conferenties worden op exotische plaatsen gehouden: de Bahama's, de Canarische eilanden, Hawaii. Veel geleerden leggen zo'n uitnodiging opzij, maar anderen zien een gratis tiendaagse luxe reis naar Hawaii als een buitenkans. Die conferenties staan allemaal onder auspiciën van mantelorganisaties, dus iedere deelnemer gaat vrijuit.
De Moonies hanteren daarbij de methode van geleidelijke inkapseling: iemand wordt uitgenodigd, hij gaat, hij amuseert zich, wordt na een poos opnieuw uitgenodigd, hij gaat opnieuw, hij komt dezelfde mensen tegen, hij leert diverse intelligente Moonies kennen, die hem niets opdringen, maar hem wel in alles helpen. In vijf jaar wordt zo'n man omgeven door een Moonieveld: hij heeft vrienden en kennissen aan die conferenties overgehouden, internationale contacten. Zo'n man is niet meer in staat tegen de Moonies in te gaan, ook al denkt hij dat hij vrij is in zijn denken. Zulke mensen zijn hoogst beledigd als ze beschuldigd worden van heulen met de Moonies. Ze denken dat ze vrij zijn, maar psychisch zijn ze gebonden en open voor zachte druk. De Moonies zijn er niet op uit om hen te bekeren, maar om hen welwillend te laten staan ten opzichte van Moon en dat uit te dragen in hun eigen omgeving. Zij zullen allemaal zeggen dat de Moonies heel tolerant zijn, niet eng en de mensen geloven het. Die welwillendheid kost de Moonies miljoenen aan luxereizen, maar het levert hun invloed, aanzien en macht op.
5.
In december '81 was op Hawaii de conferentie van de Moonie-coverorganisatie NEW ERA (New Ecumenical Research Association) met als thema ‘God; the Contemporary Discussion’ (de Moonie houden van pompeuze frasen), waar Richardson schitterde. De godgeleerden zaten in een schitterend hotel met een hoer voor elke deelnemer (dat komt van een betrouwbare bron). De Moonies zijn zelf ook dol op intellectuele hersengymnastiek en saaie lezingen: in tegenstelling tot andere sektes wantrouwen ze mensen die zuiver intellectueel bezig zijn geenszins, maar ontvangen hen met open armen.
Ze pretenderen niet alleen alle godsdiensten binnen hun Unification Church te kunnen verenigen, maar ook alle wetenschappen. Ze vertrouwen erop dat Gods voorzienigheid deze conferenties in die richting zal sturen. Op Hawaii werd ook besloten om iets voor studenten te doen: ze zagen ons als ‘toekomstige wereldleiders’, die respect voor alle wereldreligies moest worden bijgebracht. Iets van Moons ‘brede visie’ zou dan op ons afstralen.
Omdat de world tour voor studenten in het verlengde lag van deze conferenties, redeneerde ik dat de studenten eenzelfde omzichtige behandeling zouden krijgen als de professoren en absoluut niet zouden worden gehersenspoeld. De Moonies wilden elke zomer zo'n reis organiseren, maar als de eerste keer de studenten als zombies terug zouden komen, zou dat zulke moeilijkheden geven dat ze het de volgende keer wel konden vergeten. Geflipte tieners van de straat halen en hersenspoelen en daarmee wegkomen is wat anders dan een groep hoogopgeleide mensen bewerken: dat zou publieke verontwaardiging wekken.
Ik ging ervan uit dat je één keer straffeloos zo’n reis kunt maken, maar als je vervolgens op verdere Moonie invitaties en verlokkingen ingaat word je ongemerkt ingekapseld. Dit alles hield ik mijn vrienden voor, maar ze geloofden me niet.
De tijd die aan de reis vooraf ging ploeterde ik tegen de ontwrichting, om op de been te blijven, om nog enigszins coherent het vliegtuig in te kunnen stappen. Vrienden hielpen me zoveel ze konden, Sas was de deur uit, dus dat maakte het rustiger. Ik zorgde dat ik at en elke dag opstond en naar buiten ging. Ik werd overstelpt met Mooniestencils uit Amerika. De belangrijkste informatie was dat drugs en alcohol absoluut verboden waren en impliciet seks ook. Dat benauwde me: ik trok er de conclusie uit dat de Moonies alleen lieve doetjes en seksloze meisjes mee zouden nemen en dat ik alleen zou staan. Ze stuurden ook een agreement to participate die ik moest tekenen, waarin gesteld werd dat je je moest houden aan de geest van deze pelgrimstocht en dat als je daar inbreuk op maakte de leiders het recht hadden je terug te sturen (so what?) Het…
Naar aflevering 2
Naar INHOUD